vrijdag 6 augustus 2010

Einde 23 dingen

Met de vorige post heb ik de 23 dingen voor bibliotheken afgesloten. Deze blog gaat verder over 21 edingen voor het hoger onderwijs van Surf.

vrijdag 28 mei 2010

Ding 23

Wat waren je favoriete Dingen die je onderweg hebt leren kennen en gebruiken?

De dingen waren niet nieuw voor mij in de zin dat ik wist dat het bestond en wel begreep hoe het werkte. Het nieuwe voor mij was dat ik nu een 'stok achter de deur' had om er zelf actief mee aan de slag te gaan. De site waar je foto's kunt aanpassen vond ik heel handig. Ook zal ik vaker gebruik gaan maken van rechtenvrije foto's. De tool om screencasts mee te maken viel me qua gebruikersvriendelijkheid 100% mee. Het zal niet bij mijn Testcast blijven!

Verder heb ik blogger kunnen uitproberen. Mijn eigen blog staat in Wordpress. Grote voordeel van WP vind ik dat je links die je in je post plaatst  kunt laten openen in een nieuw venster. Zo houd je je lezers op je blog. Dat sommige handelingen in blogger makkelijker gaan neem ik op de koop toe.

Wat heeft dit leerprogramma “gedaan” met jou en met de organisatie waar je werkt?
Toen ik eraan begon vond ik het jammer dat het alleen voor informatiespecialisten is. Ik sta dicht bij het onderwijs en kijk met die bril naar de dingen. Ik zou dit graag samen met docenten doen. Maar nu ik er zelf meer van weet kan ik docenten beter adviseren.
Ik heb een paar collega's enthousiast zien worden en ik hoop dat ze dat vast weten te houden.

Waren er dingen die je verrasten, als onverwacht resultaat van dit programma?
Nog niet maar het lijkt me een goed idee om bijvoorbeeld een wiki in te zetten voor onze interne communicatie nu we geen plenair overleg meer hebben.

Wat kan er gedaan worden om 23 Dingen te verbeteren?
De tijdsinvestering van 2 uur per week is krap. Ik vond de presentatie (lay-out) van de dingen wat onoverzichtelijk. Veel tekst, ik moest heen en weer scrollen om te kijken waar ik gebleven was en of ik alles gedaan had. Wellicht komt dat ook door de kolommen links en rechts (reacties, berichten) waar ook heel veel tekst staat. Pagina oogt vol.
Inhoudelijk gezien zijn niet alle dingen relevant voor onderwijsbibliotheken. In een aantal opzichten hebben we meer van een bedrijfsbibliotheek. Culturele-thema's zijn bijvoorbeeld veel minder relevant. De openbare bibliotheek heeft een hoger 'nice to know' gehalte. Bij ons draait het om 'need to know'.

23 Dingen was voor mij een leuke ontdekkingstocht. Zoals hierboven beschreven heb ik wel wat interessante dingen ontdekt. Ik heb soms wel wat moeite moeten doen om mezelf te motiveren. Dat had alles te maken met dat ik het onderwijsaspect miste. Ik wil zeker aan de slag met de onderwijsdingen.

Henriëtte, bedankt voor je support!

Ding 22 - bibliotheek 2.0

Ik heb eerst het manifesto doorgelezen. De punten die daar omschreven werden gaan over houding en gedrag oftewel de basis van veranderingen. Als deze uitgangspunten niet aanwezig zijn komen we volgens mij niet verder met bibliotheek 2.0. Beleid is mooi maar het begint bij het 'commiteren aan'.  Oude werkwijzen durven loslaten en nieuwe verwelkomen, dat sprak mij erg aan.

Verder heb ik in het overzicht van 100 webinars en tutorials nog bij afstandsonderwijs gekeken: Ondersteunen afstandsleren
Als tools werden hier o.a. screencasts, delicious genoemd.

Customer as collaborator
At its most basic level, the Library 2.0 model gives library users a participatory role in the services libraries offer and the way they are used. Customers, should they desire, will be able to tailor library services to best meet their own needs. This can be done electronically, such as through the personalization of library web pages, or physically through new service options such as allowing customers to call impromptu book talks or discussion groups. Such collaborative efforts require librarians to develop a more intensive routine of soliciting customer response and regularly evaluating and updating services.
In onze situatie betekent dit dat producten en diensten in nauwe samenwerking met het onderwijs worden ontwikkeld. Ons bestaansrecht is dat we deel uitmaken van het onderwijs- en onderzoeksproces.

ding 21 aquabrowser

Ik heb o.a de catalogus van Flevomeer bekeken.

Het is duidelijk dat er door anderen heel veel ontsloten wordt. En als wij dezelfde dingen ontsluiten als wat er elders gedaan wordt dan vind ik dat zonde. Ik denk dat onze focus wat betreft het ontsluiten van informatie moet gaan verschuiven naar wat er binnen Windesheim is. Dat is uniek materiaal dat door niemand ontsloten is. Daarmee hebben we intern - maar ook extern - een toegevoegde waarde.

ding 20a screencast

Dit is een ding waar ik wat aan heb. Ik heb screen-o-matic gekozen omdat je daar niets hoeft te downloaden en omdat er al een 23 dingen account is. Ik heb gelezen/filmpjes bekeken hoe het werkt. Nadat ik op 'create' had geklikt was me niet duidelijk hoe ik wat ik wilde laten zien in de opneemmodus kreeg. Ik ontdekte dat wanneer ik lexisnexis opende en daarna op het scherm van SOM klikte ik kon gaan opnemen. Ik heb hier geen microfoon en ik was blij dat het ook zonder geluid kan.

Het eerste resultaat: Testcast LexisNexis
Mocht deze link niet werken dan even inloggen met het 23 dingen account, mogelijk staat hij daar. Omdat het een test is heb ik 'searchable' uitgezet.

Ik had natuurlijk al wat screencasts (bijvoorbeeld van Erik) bekeken, en ik dacht altijd dat hij zelf die rondjes maakte :) Dat doet het programma dus.

De toepassingsmogelijkheden zijn mij duidelijk, dit is een goed instrument voor informatievaardigheden. En binnen het onderwijs kunnen icto-teams hier wat aan hebben. En docenten kunnen het ook inzetten om bijvoorbeeld iets op een website te laten zien.

donderdag 27 mei 2010

ding 19 sociale netwerken

Ik zit al ruim een jaar op LinkedIn. Netwerken worden steeds belangrijker. Mensen vormen immers een belangrijke kennisbron. Mensen vinden en verbinden is mijn motto!

Ik gebruik LinkedIn op de volgende manieren:
- communicatiemiddel/community van de Vereniging Pers- en Omroepdocumentalisten nu Surf stopt met listserv.
- mensen die ik nog niet ken en waar ik een afspraak mee heb van te voren 'virtueel' ontmoeten, dan heb ik al een beetje een beeld van wie ik ga ontmoeten.
- LinkedIn heeft een plek waar op allerlei gebieden vragen gesteld kunnen worden. Kijk of er een vraag tussen zit waar je het antwoord op weet (of een informatiebron (mens/website) waar het antwoord te vinden is). Op die manier kun je je als expert profileren.
- sommige congressen maken van tevoren een groep aan. Deelnemers/sprekers kunnen daar vooraf al vragen stellen. Voorbeeld is het congres van de HBO-Raad.
- mijn blog is aan mijn profiel gekoppeld.

Ik zie LinkedIn vooral als een middel om van mens tot mens te netwerken en om de netwerken die je hebt inzichtelijk te maken. Ik zie nog geen reden waarom het Mediacentrum een groep op LinkedIn zou moeten aanmaken. Belangrijker is dat collega's er zelf de meerwaarde van gaan inzien.

Belangrijkste is om vooraf je doelen te stellen wat je met netwerken wilt bereiken. Een goede bron over netwerken vind ik: Hoe LinkedIn nu echt gebruiken van Jan Vermeiren. Ik ben op LinkedIn ook lid van zijn Global Networking Group.

Een aardige slideshow van René Jansen van Winkwaves over sociale netwerken 'De geur van mensenvlees in sociale netwerken'.

Ding 18 - library thing

Ik heb even gespeeld via het 23 dingen account. Ik heb gezocht op Bernard Lernout, ik vond boeken van hem. Bij de informatie over hem heb ik zijn website en woonplaats toegevoegd.

Ik zie nog niet direct een link met library thing. We hebben geen dienstverlening voor externen dus onze collectie hoeft daar niet zichtbaar te zijn.
De relaties met het onderwijs zie ik nog bij modules die over literatuur gaan. De docent maakt een groep aan en bespreekt daar boeken met studenten. Of voor studenten van media die een recensie moeten schrijven kan het een idee zijn om via deze site een recensie-exemplaar te ontvangen.